Zoeken in deze blog

zondag 30 oktober 2011

The adventures of Tintin op het witte doek

Ik hoor jullie al denken: 'Film is toch helemaal geen vorm van nieuwe media?' 

Jullie hebben volkomen gelijk, al moet ik het een beetje nuanceren. Film is inderdaad geen vorm van nieuwe media maar 3D is dit voor mij wel. Deze week ben ik namelijk voor de eerste keer in mijn leven naar een 3D-film gaan kijken. Het 3D-aspect heeft niet echt een zware indruk achtergelaten maar toch vond ik de film zo de moeite dat ik heb besloten er een blogberichtje aan te wijden. Daarom nu mijn recensie over Steven Spielbergs 'The Adventures of Tintin. The Secret of the Unicorn':

‘De zoveelste verfilming van een stripverhaal’ is hier echt niet op zijn plaats. Steven Spielberg schrijft zonder twijfel filmgeschiedenis met zijn Kuifje-film. 

Het is waarschijnlijk een uitstervend ras, maar er bestaan nog wel degelijk mensen die niet zo bekend zijn met de stripheld Kuifje. Zonder ooit een Kuifjestrip gelezen te hebben en dus zonder enige voorkennis of verwachtingen, trokken we naar de plaatselijke bioscoop om “The Adventures of Tintin. The Secret of the Unicorn” te bekijken. Het werd een aangename verrassing van formaat.

De avonturen van Kuifje denderden met een rotvaart over het scherm en gaven je geen moment de tijd om even op adem te komen. Kuifje koopt op een Brusselse markt een maquette van het zeventiende-eeuws schip ‘De Eenhoorn’ en wordt achtereenvolgens bestolen, ontvoerd en opgesloten op een boot. Daar ontmoet hij kapitein Haddock en besluit hij, nieuwsgierige journalist als hij is, het geheim van ‘De Eenhoorn’ en zijn drie maquettes te ontsluieren. Een vlotte plot die de aandacht vasthoudt maar misschien iets te ingewikkeld is en te snel gaat voor jonge kijkertjes.

De acteerprestaties in deze film zijn ronduit fenomenaal. Jamie ‘Billy Elliot’ Bell, Daniel ‘James Bond’ Craig en vooral Andy Serkis, alias Gollum uit de ‘Lord of the Rings’-trilogie, zetten één voor één glansprestaties neer. Hun verdiensten krijgen des te meer glans als je weet dat de acteurs onophoudelijk voor een green wall en in een pak vol elektronica moesten acteren. Serkis zet het complexe karakter van kapitein Haddock met een geniale eenvoud neer: toegankelijk voor iedereen, vaak extreem grappig maar toch met verschillende emotionele lagen. Nu eens een alcoholvat vol zelfmedelijden, dan weer een stoere zeebonk die voluit voor zijn doel wil gaan. Kapitein Haddock is de held van de film.

Ook regisseur Steven Spielberg en producer Peter Jackson verdienen een grote pluim voor dit prachtig staaltje filmtechniek. De ‘motion capture’-techniek doet je al na 10 minuten vergeten dat je eigenlijk naar een animatiefilm aan het kijken bent. Alles is levensecht en de ontelbare details brengen de stripfiguren tot leven. Alleen het 3D-aspect was nogal magertjes. Slechts enkele keren merkte je dat je naar een 3D-film keek. Waren deze scènes het ongemak van de brilletjes en de hogere toegangsprijs waard? Niet echt.

 Toch is “The Adventures of Tintin. The Secret of the Unicorn” absoluut het bekijken waard. Wij waren zelfs zo overtuigd dat we na het bekijken van de film onmiddellijk naar de boekhandel renden om onze Kuifje stripcollectie te beginnen.

 

zondag 23 oktober 2011

To twitter or not to twitter?

Zoals ik al in mijn vorige bericht vermeldde, ben ik een pas-ingewijde in het Twitterwezen. Ondertussen zijn we een paar weken verder en wat mij betreft kan Twitter voorlopig nog niet tippen aan Facebook. Blijkbaar duurt het deze keer langer om de voordelen en de mogelijkheden van dit sociaal mediakanaal te leren waarderen. Dit betekent echter niet dat ik Twitter volledig links laat liggen. Integendeel zelfs! Ik check geregeld of ik al nieuwe volgers heb (ondertussen zijn het er al 10, hiep hiep hoera) en de lijst met interessante personen die ik volg wordt ongeveer elke dag langer. Maar toch... Het is nog niet helemaal mijn ding.

Gelukkig ben ik niet de enige die nog een beetje aan de vloedgolf van tweets en volgelingen moet wennen. In mijn vriendengroep zijn er verschillende personen die onder (al dan niet lichte en educatieve) dwang recent een Twitterprofiel aanmaakten en er nog niet helemaal mee weg zijn. Blijkbaar is het zelfs voor enkele rasechte journalisten, toch wel dé twitteraars bij uitstek, nog een moeilijke stap.

Neem nu bijvoorbeeld Marc Reynebeau. Bekend mediafiguur, redacteur bij De Standaard en journalist eersteklas. Van hem of all people zou je toch verwachten dat hij al vanaf dag één ijverig twitterend zijn dagen zou doorkomen. Niets is echter minder waar. Of beter gezegd, was. Marc Reynebeau is net zoals ik een pasgeborene in het Twitterleven. Al lijkt hij het allemaal veel sneller onder de knie te krijgen: vandaag heeft hij al 112 tweets op zijn naam staan (ik heb er tot nu toe euhm... nul...ik weet gewoon niet wat tweeten) en bestaat zijn volgelingengroepje uit maar liefst 3257 mensen (dit zal ik maar wijten aan zijn bekende kop, iets waar ik (voorlopig nog) niet over beschik).

Deze week was Marc Reynebeau uitgenodigd bij het debatprogramma VOLT om te getuigen over zijn eerste week als twitteraar. Martine Tanghe en Kobe Ilsen vroegen zich af of Reynebeau na een week een overtuigd gebruiker was geworden, of eerder het twitteren aan zich voorbij liet gaan. Ik denk dat als je zijn 112 tweets op amper anderhalve week tijd bekijkt, je wel weet wat het antwoord is. We hebben er met andere woorden weer een nieuwe twitterverslaafde bij.

Toch gaf Marc Reynebeau toe dat er ook een paar negatieve punten aan Twitter verbonden zijn. Zo is Twitter bijvoorbeeld het ideale excuus om zich overal mee te bemoeien. Vooral journalisten zijn hier ongelooflijke keien in. Bij elke nieuwe of speciale gebeurtenis twitteren zij hun mening de wijde wereld in. Ook zijn er twitteraars die elke vijf minuten een nieuwe tweet lanceren maar helaas echt, maar dan ook echt niets nuttigs te vertellen hebben. Ze zijn naar mijn mening ongelooflijk aandachtsgeil en oninteressant. Maar ja, ik ben dan ook nog maar een Twitter-leek. Misschien twitter ik binnenkort zelf over mijn lekker broodje zalmsla of over hoe goed ik de vorige nacht heb geslapen.

Toch moet zelfs ik toegeven dat Twitter ook zijn positieve kantjes heeft. Zo ben ik volger van de De Redactie en krijg ik al de nieuwste nieuwsflashes rechtstreeks naar mijn startpagina gezonden. Op die manier blijf ik altijd up-to-date. Hoewel ik in de les zat, wist ik amper vijf minuten na de uitspraak dat Ronald Janssen levenslang had gekregen. Dit zou met geen enkel ander medium mogelijk zijn. Ook tijdens het Pukkelpopdrama bewees Twitter zijn diensten als handig communicatiemiddel.

Daarom dat ik Twitter zeker nog een kans zal geven. Ik ken zijn nadelen maar zeker ook zijn voordelen en ik moet het nog eventjes de tijd geven om te weten welke de overhand gaan nemen. Ik hou jullie op de hoogte!

dinsdag 11 oktober 2011

Hallo nieuwe media!

Mijn allereerste blogbericht. Ooit. Een dag om nooit meer te vergeten...

Het is een periode van 'allereersten' de laatste tijd. Vorige week nog postte ik mijn eerste tweet. Ja inderdaad mensen, op Twitter. Voor de meesten onder jullie is dit misschien geen wereldschokkende gebeurtenis maar voor diegenen die bij mij wat beter kennen absoluut wel. Ik sta immers in mijn familie- en vriendenkring niet bepaald bekend als dé computerspecialiste. Al die hypes en rages zijn een beetje aan mijn voorbijgegaan. Ik heb mij gelukkig altijd kunnen behelpen met het standaard Microsoft Office-pakket (met dank aan de informaticalessen op de middelbare school) en ook het surfen naar mijn favoriete websites vormde nooit echt een probleem. Maar daar hield het dan ook echt op.

Tijdens mijn middelbare schooltijd vormde dit 'mankement' gelukkig nog niet echt een probleem. De  ellenlange msn-gesprekjes met de mensen die ik net de hele dag had gezien buiten beschouwing gelaten, speelde de computer geen grote rol in mijn leven. Ook de overstap naar de universiteit veranderde hier niet veel aan. Mijn studies Taal- en Letterkunde (Frans-Spaans) verschaften me immers het ideale excuus om mijn gebrek aan computerkennis te verantwoorden. Als taal- en literatuuronderzoeker had ik gewoonweg de tijd niet om met mijn neus voor een klein schermpje te zitten, aangezien die neus al zijn vrije tijd in de boeken moest spenderen. Er veranderde dus helemaal niets inzake mijn computergebruik. Of misschien toch?

Daar was het dan opeens : Facebook. Ik heb het volledige eerste academiejaar nog kunnen weerstaan aan de lokroep. Maar toen werd de druk te groot: ik miste verjaardagen, uitnodigingen van feestjes, vriendschapsverzoeken,... en dit kon ik simpelweg niet laten gebeuren. Dus maakte ik een Facebook-profiel aan en ik moet eerlijk toegeven dat ik niet meer zonder zou kunnen. Ondertussen is Facebook een onmisbaar deel van mijn leven geworden (en een superaanlokkelijk afleidingsmechanisme tijdens blok-en examenperiodes).

Gedurende enkele jaren kabbelde mijn computergebruik op een rustig vaartje verder. Door mijn Erasmus-uitwisseling naar Sevilla had ik even een korte kennismaking met Skype (kwestie van toch nog een héél klein beetje contact te houden met het thuisfront) maar dit was maar een vriendschap van korte duur. Het was pas tijdens mijn reis naar New York afgelopen september dat ik stilletjes begon te beseffen dat een uitgebreide kennis van niet alleen computers maar ook andere fancy elektronica en bovenal het Internet een heleboel voordelen konden opleveren. Met enige schaamte en met mijn oude Nokia in de hand, werden de smartphones en Ipads me om de oren geslagen. Overal, maar dan ook echt overal waar ik kwam, waren mensen letterlijk vastgeplakt aan hun Iphones en Blackberry's. Ik begreep eerst niet waarom maar toen werd het me langzaamaan duidelijk. Al de hippe 'apps' zijn natuurlijk mooi meegenomen maar wifi via je telefoon is echt een geweldige uitvinding. Zeker als je prehistorische gsm niet functioneert in de States, je geen laptop bij hebt en het hotel over één enkele computer beschikt voor alle gasten. Ik heb daarom ook besloten om, vanaf het moment dat mijn budget het toelaat, een smartphone aan te schaffen. Het wordt maar eens tijd dat ik meega met mijn tijd.

Gelukkig is er de Master in de Journalistiek die mij daar ook een aardig handje bij zal helpen. We zijn amper drie weken ver in het academiejaar en ik kan zeggen dat ik op deze korte tijd een beginnende 'social media'-kenner ben geworden. Zoals reeds vermeld, was Facebook geen onbekende meer voor mij. Maar opeens was daar Twitter, het magische land van de 'followers' en de 'tweets'. Volgens onze docenten een onmisbaar iets voor alle journalisten.

Amper bekomen van de kennismaking met Twitter, stond Storify al voor mijn deur. En dan nu, de blog. Deze omwentelingen in mijn dagelijks computergebruik hebben zo'n indruk op me achtergelaten, dat ik heb besloten om er mijn blog aan te wijden. Dus tot de volgende keer, met een nieuwe gedachtestroom over die allesoverheersende nieuwe media.